Hoe je een golfclub vasthoudt, bepaalt voor een groot deel hoe makkelijk je de club recht terug bij de bal krijgt. In deze blog lees je stap voor stap hoe je een goede golfgrip maakt, waar je handen moeten zitten en welke fouten je beter meteen afleert.
Een snel overzicht
ToggleGoede golfgrip
Een goede golfgrip voelt stevig, maar niet gespannen. Je houdt de club vooral met je vingers vast, niet diep in je handpalm. Dat geeft je polsen genoeg ruimte om mee te bewegen tijdens de swing.
Voor de meeste golfers is een neutrale grip het beste startpunt. Daarbij staan je handen niet overdreven naar links of rechts gedraaid. Je kunt dan makkelijker merken of een fout door je grip komt, of door je swing zelf.
Bij een rechtshandige golfer zit de linkerhand bovenaan de grip en de rechterhand daaronder. Bij een linkshandige golfer is dit precies andersom.
Linkerhand plaatsen
Leg de grip schuin door de vingers van je linkerhand. De club loopt ongeveer vanaf de basis van je pink naar het middelste deel van je wijsvinger. De grip hoort dus niet recht door je handpalm te liggen.
Sluit daarna je vingers om de club. De dikke muis onder je duim ligt een beetje bovenop de grip. Als je naar beneden kijkt, zie je meestal twee tot drie knokkels van je linkerhand.
De duim van je linkerhand ligt iets rechts van het midden van de grip. De V-vorm tussen je duim en wijsvinger wijst ongeveer naar je rechterschouder. Niet recht naar je kin en ook niet ver buiten je schouder.
Rechterhand erbij
Plaats je rechterhand vanaf de zijkant tegen de grip. Je rechterhand mag niet onder de club kruipen, want dan draai je de club snel dicht. Ook te veel bovenop de club werkt vaak niet fijn.
De levenslijn van je rechterhand valt over je linkerduim. Daarna sluiten je vingers zich rustig om de grip. Je rechterduim ligt iets links van het midden van de grip.
Ook bij je rechterhand ontstaat een V tussen duim en wijsvinger. Die V wijst ongeveer dezelfde kant op als die van je linkerhand. Bij een neutrale grip wijzen beide V’s dus grofweg richting je rechterschouder.
Druk op de grip
Knijp niet alsof de club elk moment uit je handen wil ontsnappen. Een te strakke grip zorgt voor spanning in je armen, schouders en polsen. Dan wordt soepel swingen een lastig verhaal.
Een goede richtlijn is een gripdruk van ongeveer 4 of 5 op een schaal van 10. Stevig genoeg om de club vast te houden, maar los genoeg om je polsen te laten bewegen.
Voel je spanning in je onderarmen of schouders, dan knijp je waarschijnlijk te hard. Voel je dat de club schuift tijdens je swing, dan houd je hem te los vast.
Overlap, interlock of baseball
Er zijn drie bekende manieren om je handen met elkaar te verbinden: overlap, interlock en baseball grip. Ze kunnen alle drie werken. Het gaat er vooral om dat je handen samen als één geheel bewegen.
Bij de overlap grip ligt de pink van je rechterhand over de ruimte tussen de wijsvinger en middelvinger van je linkerhand. Veel golfers gebruiken deze grip, vooral als ze wat grotere handen hebben.
Bij de interlock grip haak je de pink van je rechterhand in de wijsvinger van je linkerhand. Deze grip voelt vaak fijn voor golfers met kleinere handen, of voor spelers die snel het gevoel hebben dat hun handen los van elkaar werken.
Bij de baseball grip liggen alle tien vingers op de club. Dit voelt voor beginners vaak natuurlijker. Het nadeel is dat je handen sneller apart van elkaar gaan werken, vooral als je harder probeert te slaan.
Sterke en zwakke grip
Een sterke grip betekent niet dat je harder knijpt. Het gaat om de stand van je handen op de club. Bij een sterke grip zijn je handen meer naar rechts gedraaid, als je rechtshandig speelt.
Bij een zwakke grip zijn je handen meer naar links gedraaid. Daardoor kan het lastiger zijn om het clubblad recht bij de bal te krijgen. Sommige spelers slaan daardoor sneller een slice.
Voor beginners is een neutrale grip meestal het handigst. Je ziet dan beter wat er gebeurt zonder dat je handen al te veel corrigeren. Later kun je kleine aanpassingen doen als je steeds dezelfde balvlucht ziet.
Veelgemaakte fouten
De grootste fout is de club te veel in de handpalm leggen. Dan voelt de grip misschien stevig, maar je polsen bewegen minder vrij. Dat maakt de swing vaak stijf.
Een andere fout is te hard knijpen. Veel beginners doen dit uit controle, maar het werkt vaak andersom. Hoe harder je knijpt, hoe minder gevoel je houdt.
Ook een rechterhand die te veel onder de club zit komt vaak voor. Daardoor sluit het clubblad sneller. De bal kan dan naar links vertrekken of laag wegduiken.
Let ook op je duimen. Lange duimen recht bovenop de grip maken de grip vaak wiebelig. Kortere, rustige duimen geven meer controle.
Linkshandige golfers
Speel je linkshandig, draai dan de uitleg om. Je rechterhand zit bovenaan de grip en je linkerhand komt daaronder. De V’s wijzen dan ongeveer richting je linkerschouder.
De basis blijft hetzelfde. De club ligt in je vingers, je knijpt niet te hard en beide handen werken samen. Dat klinkt simpel, maar het voelt in het begin soms alsof je een afstandsbediening verkeerd om vasthoudt.
Grip controleren
Je kunt je grip makkelijk controleren voordat je slaat. Kijk eerst of de club in je vingers ligt. Controleer daarna of je twee tot drie knokkels van je bovenste hand ziet.
Kijk ook naar de V’s tussen duim en wijsvinger. Die wijzen bij een neutrale grip ongeveer richting je achterste schouder. Voor een rechtshandige golfer is dat de rechterschouder, voor een linkshandige golfer de linkerschouder.
Maak daarna een paar rustige oefenswings. Voelt de club alsof hij los door je handen beweegt, dan houd je hem te slap vast. Voel je spanning tot in je schouders, dan mag het zachter.
Oefenen zonder bal
Oefen de grip eerst zonder bal. Pak de club rustig vast, haal je handen er weer af en herhaal dit een paar keer. Zo leer je de juiste stand zonder meteen bezig te zijn met de bal.
Daarna kun je kleine halve swings maken. Geen harde klappen, geen wedstrijd met jezelf. Alleen voelen of je handen rustig aan de club blijven zitten.
Je hebt niet altijd een driving range nodig om de basis beter te voelen. Door regelmatig thuis je swing te oefenen, went de juiste handpositie sneller.
Grip en swing
Een goede grip lost niet alles op, maar hij maakt goed swingen wel makkelijker. Als je handen verkeerd staan, moet je lichaam tijdens de swing vaak gaan compenseren. Dat lukt soms één keer, maar niet vaak genoeg om er blij van te worden.
Zodra je grip normaal voelt, kun je met korte, rustige bewegingen je golf swing oefenen. Zo merk je sneller of je handen goed blijven staan tijdens de hele beweging.
Bij afslaan merk je gripfouten extra snel. De club is langer, de swing groter en kleine foutjes vallen meer op. Sla je met je driver vaak scheef weg, dan helpt het om gericht je afslag te oefenen zonder meteen harder te willen slaan.
Grip bij putten
Bij putten mag je de club anders vasthouden dan bij een normale slag. De beweging is kleiner en je wilt vooral rust in je handen. Daarom zie je bij putters ook meer verschillende grips.
Veel golfers houden de putter wat meer in de handpalm. Dat helpt om de polsen rustiger te houden. Bij een gewone swing wil je juist meer gevoel in je vingers.
Verwar die twee dus niet. Een grip die fijn voelt bij putten is niet automatisch goed voor je ijzers of driver.
Wanneer grip aanpassen?
Pas je grip niet na elke slechte bal meteen aan. Eén slechte slag zegt weinig. Een patroon zegt meer.
Sla je bijna alles met een slice naar rechts, dan kan je grip te zwak zijn. Sla je vaak lage ballen naar links, dan kan je grip te sterk zijn. Kijk dan eerst rustig naar je handstand voordat je je hele swing overhoop haalt.
Maak kleine aanpassingen. Draai je handen een beetje, niet meteen een halve slag om de club. Golf is al lastig genoeg zonder dat je van elke gripwissel een verbouwing maakt.
Veelgestelde vragen
Moet je een driver anders vasthouden?
Niet echt. De basisgrip blijft hetzelfde. Wel merk je met een driver sneller of je grip te sterk, te zwak of te strak is, omdat de club langer is en de swing groter wordt.
Helpt een golfhandschoen bij je grip?
Ja, een golfhandschoen kan helpen als de club snel glijdt. Vooral bij warm weer, regen of zweethanden geeft een handschoen vaak meer grip en gevoel.
Waarom krijg ik blaren van golf?
Blaren ontstaan vaak door te hard knijpen, een verkeerde handpositie of te veel wrijving. Controleer of de club in je vingers ligt en houd de grip stevig, maar ontspannen.
Welke hand stuurt de golfclub?
Beide handen werken samen. De bovenste hand helpt veel bij controle over het clubblad, terwijl de onderste hand ondersteunt. Trek of duw niet met één hand te veel.





